Different visions can meet in the future…

 

DE ONZICHTBARE VOORBEREIDING VAN DE RODE DUIVELS (4)

Een psycholoog? Wilmots lost het zelf wel op

In de aanloop naar het EK gaat het om trainen, spelers fit krijgen en de juiste tactiek vinden. Maar ook de ‘onzichtbare voorbereiding’ speelt een grote rol. In deze slotaflevering zoomt De Standaard in op de mentale coaching. ‘Wilmots is een harde zwoeger, die gelooft in afzien. Psychologie vindt hij zever.’

Hoe zou het met ­Regina Brandao zijn? U weet nog wel: Brazilië-Duitsland: 1–7. Niet alleen coach Felipe Scolari en zijn spelers moesten die verloren halve finale in het WK 2014 torsen: er was ook een vrouw bij betrokken. De veelvuldig gediplomeerde psychologe Brandao liet de spelers vooraf allerlei tests doorstaan en ‘harmoniseerde’ hen op basis van het aantal smileys dat ze hadden gebruikt. Haar motto: ‘Als we niet op ons gemak zijn, gebeuren de dingen niet zoals we ze willen hebben.’

Juist. Na een halfuur was het 5–0 voor de Duitsers en werd Brandao onder de graszoden getweet. Omdat ook Groot-Brittannië het ondanks psychologische assistentie van toppsychiater Steve Peters slecht gedaan had, werden her en der vragen gesteld bij het nut van ‘anger management’, visuo-motorische vaardigheden, positieve zelf-affirmatie, mentale opwarming en andere psychologische technieken.

Was goeie degelijke karakter­training niet te verkiezen, vroeg Angela Patmore zich openlijk af in The Guardian. In haar boek The Truth About Stress was ze eerder al van leer getrokken tegen de ‘stress­industrie’, die normale emoties problematiseert tot symp­tomen en spelers op die manier onder druk zet om hulp te zoeken. Beter is het mensen bloot te stellen aan angst en spanning om die te leren beheersen, vond ze.

Ook de Belgische coach Marc Wilmots kreeg in de loop van het WK vragen over de psychologische aanpak van de Rode Duivels, maar die kwamen uit een andere hoek. Wilmots, volgens velen een karaktertrainer, had in juni besloten om geen psycholoog toe te voegen aan zijn staf en kreeg kritiek na een incident met de gefrustreerde spits Romelu Lukaku. Hij meldde boudweg dat hij nooit met een psycholoog wilde werken. ‘Ik ben er en dat is genoeg.’

Die discussie leek daarmee beslecht, maar nationaal en internationaal werken steeds meer sportmensen met psychologische begeleiding. Als de Rode Duivels straks niet genoeg hebben aan hun goeie ploeggeest en de sterke hand van hun coach, wakkert ze geheid weer aan.

Zeg niet psycholoog, zeg mental coach

De gemiste strafschoppen van Anderlecht. De elleboog van Marouane Fellaini. De pruilerige rancune van Michel Preud’homme. De ­homo-uitschuiver van Benito Raman. Enzovoort, enzovoort. Voetbal is meer dan een spel van spieren, het zit hem ook in het hoofd. Daarin regelen zenuwcellen en neurotransmitters onze bewegingen, cognitieve processen en emoties: terreinen waarvan voetballers graag de precieze werking zouden kennen, maar die ze niet geheel controleren. Of zelfs geheel niet.

De sportwereld heeft geleerd daarmee om te gaan. In sporten als zwemmen, hockey en wielrennen wordt vandaag gewerkt met psychologen, al noemt ploegleider Niels Albert zo iemand liever ‘mental coach’. Zijn redenering – ‘het is niet omdat je een ‘mental coach’ bezoekt dat je gek bent – legt een subtiel taboe bloot dat zijn pupil, wielrenner Wout van Aert, bevestigt: ‘Hij is geen psycholoog, hoor, maar gewoon iemand bij wie ik mij heel ontspannen voel.’

Van Aerts’ ‘mental coach’ is Rudy Heylen, die ook Club Brugge onder zijn hoede heeft. Hij is ‘iemand bij wie ik terechtkan met bepaalde vragen, zoals hoe je moet omgaan met de druk en de stress die ik mezelf opleg. Dat helpt. Ik heb al veel geleerd.’ Albert: ‘Als renner moet je er alles aan doen om klaar te zijn voor een wedstrijd. Een mental coach maakt misschien 5 procent verschil uit. Maar dat is wel het verschil tussen 95 procent of die volle honderd.’

In het voetbal duurde het opvallend lang voor ook het mentale aspect ‘coachbaar’ werd. ‘Het is een conservatieve wereld’, zegt sportpsycholoog Jef Brouwers. ‘Hij accepteert nieuwe technologie niet, verandert het reglement heel aarzelend. Dat komt omdat het een wereld is die gebaseerd is op ervaring. Veel coaches zijn ex-sporters, die haast uitsluitend redeneren vanuit hun ervaring. Omdat ze wéten, hoeven ze niet te léren. Psychologie komt er dus niet snel in.’

Marc Wilmots in juni 2014 op Sporza: ‘Ik noem mezelf geen psycholoog, maar ik heb wel veel ervaring met spelersgroepen en met een WK.’

Alles onder controle

Waarom Wilmots wél een keeperstrainer, een teammanager en een voedseldeskundige in zijn 12-koppige staf heeft maar géén psycholoog, zegt wellicht meer over hem dan over de ploeg. ‘Zoals vele trainers wil hij alles zelf onder controle houden’, denkt François Colin, éminence grise onder de sportjournalisten. ‘Dus vindt hij zichzelf genoeg psycholoog. Hij is opgeleid aan de trainersschool van Keulen en heeft daar enkele uren psychologie gehad. Maar dat is hooguit een basis: vergeleken met een echte sportpsycholoog is hij een dilettant.’

Over sportpsychologen bestaan veel misverstanden. ‘De traditionele psycholoog “geneest” je van gedrag dat fouten veroorzaakt’, zegt Jef Brouwers. ‘De moderne sportpsycholoog werkt preventief en vanuit de eenheid van lichaam en geest. Hij onderzoekt bijvoorbeeld hoe de hormonale werking voor en na een opwarming verandert. Of hoe oxytocine het teamwerk kan bevorderen en testosteron de individuele motivatie doet stijgen.’

Dat is iets anders dan wat twee modieuze afgeleiden, de ‘mental coach’ en de ‘stress manager’, doen. Die eerste wil motiveren, de tweede wil bepaalde tekortkomingen van een speler corrigeren. ‘Ik ben een technicus’, zegt Brouwers. ‘Ik werk voor een coach en wil meehelpen om te winnen. En daarom moet ik zo veel mogelijk met hem kunnen delen als volwaardig staflid. Dat is fundamenteel. Als een speler me dan persoonlijk in vertrouwen wil nemen, valt dat buiten mijn taak als sportpsycholoog.’

Marc Wilmots, zegt Colin, is vooral een goede ‘people’s manager’. ‘Hij houdt de groep goed bij elkaar. Voor de duur van zo’n tornooi kan dat genoeg zijn, maar vandaag komt er zoveel kijken bij voetbal dat je niet zonder psycholoog kan.’

Brouwers: ‘Hij is een harde zwoeger, die gelooft in afzien. Psychologie vindt hij zever. Hij volgt daarin zijn overtuiging. Je moet inderdaad sterk zijn, maar dat is niet enkel een kwestie van ervaring. Ook de voorbereiding speelt een grote rol en daarbij kan een psycholoog veel helpen.’

Share